Herinneringseducatie: 1 vlag voor 3 ladingen

Herinnering is hot in Vlaanderen. Het meest in het oog springend is wellicht de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog die in volle voorbereiding is. Maar ook in het onderwijs wordt herinneringseducatie resoluut naar voor geschoven. De voorbije jaren heeft Vlaams minister van onderwijs Frank Vandenbroucke bij herhaling een lans gebroken voor herinneringseducatie. Met dit doel voor ogen bracht hij spelers uit het onderwijsveld en organisaties die de herinnering aan de Holocaust, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog levend houden, samen in een Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie. In amper een week tijd organiseerde dit comité een studiedag over het onderwerp, werd een nieuwe website over herinneringseducatie gelanceerd en keurde de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement de vernieuwde vakoverschrijdende eindtermen goed met daarin uitdrukkelijk aandacht voor herinneringseducatie. Het is de minister duidelijk menens. Een stuk minder duidelijk is welke lading de vlag herinneringseducatie dekt.

Als doel van herinneringseducatie worden steevast democratie, vrijheid, verdraagzaamheid en vrede genoemd. Dit zijn uiteraard nobele doelstellingen die zeker hun plaats verdienen in vakoverschrijdende eindtermen. Maar waarom gaat men ervan uit dat uitgerekend herinneringseducatie tot dit doel zal leiden? Er is helemaal geen oorzakelijk verband tussen beide. Zoals de geschiedenis tot in den treure heeft aangetoond, kan herinnering evenzeer aanleiding geven tot haat, wraak of vooroordelen. Herinneringseducatie is een gevaarlijk instrument in handen van leerling-tovenaars.

De onduidelijkheid rond het begrip herinneringseducatie is er altijd geweest. Afwisselend staan de herinnering als doel op zich, de herinnering als middel, en het reeds aangehaalde doel van de herinnering centraal. Elk van deze benaderingen kan op zich waardevol zijn, maar het door elkaar gebruiken van verschillende invullingen bemoeilijkt het gebruik van herinneringseducatie in de onderwijspraktijk.

In eerste instantie is de Holocaust vrijwel altijd de aanleiding geweest om werk te maken van herinneringseducatie. De herinnering is in dit geval een doel op zich. De Vlaamse initiatieven rond herinneringseducatie bouwen voort op internationale aanbevelingen en verklaringen die zelf de Holocaustherdenking als hun eerste en soms ook enige doel stellen. Gezien de onvoorstelbare gruwel, de omvang en de relatieve nabijheid in tijd, ruimte en menselijke betrokkenheid, is het zonder meer vanzelfsprekend dat aandacht wordt geschonken aan de Holocaust en de herinnering eraan. In de formulering van de vakoverschrijdende eindtermen is van de Holocaust echter geen sprake meer. Holocaustherinnering en -educatie is herinneringseducatie geworden, en wordt omschreven als een vakoverschrijdend middel om een toekomstgericht doel te dienen. Niet dat er iets mis is met het middel of het doel op zich, maar is het echt nodig om een leed dat ons voorstellingsvermogen ver te buiten gaat, te gebruiken voor een bepaald doel? Wat is er mis met pleiten voor Holocausteducatie tout court, zonder de camouflerende mantel van de herinneringseducatie? Mag de Holocaust niet gewoon een relatief nabij referentiepunt zijn voor herdenking, eerbied, reflectie, ingetogenheid...?

In tweede instantie is herinneringseducatie dus gedefinieerd als "een middel", meer bepaald "om vanuit een leerzaam omzien naar het eigen verleden en dat van samenlevingen elders in Europa of de wereld, te leren hoe het met de samenleving verder moet". Het is niet geheel duidelijk waarom "een middel" tot eindterm wordt verheven. Een eindterm is normaliter een doel. Bovendien kan men zich afvragen waarom en hoe deze eindterm vakoverschrijdend kan zijn. Zoals hier geformuleerd, is herinneringseducatie eigenlijk een welbepaalde visie op geschiedenisonderwijs die ervan uit gaat dat je uit geschiedenis kunt leren hoe het heden en de toekomst in te vullen. Wil men door herinneringseducatie een vakoverschrijdende karakter te geven, het grote belang van geschiedenis beklemtonen? Of wordt het vak geschiedenis juist uitgehold door de indruk te wekken dat iedereen met herinnering aan de slag kan?

Uiteindelijk wordt herinneringseducatie ingezet met als doel democratie, vrijheid, verdraagzaamheid en vrede. In de eindtermen zelf wordt het geformuleerd als "de leerlingen trekken lessen uit historische en actuele voorbeelden van onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie" en "geven voorbeelden van de potentieel constructieve en destructieve rol van conflicten". De hier gestelde doelen verdienen zeker hun plaats in eindtermen en het betreft bij uitstek doelstellingen die vakoverschrijdend horen te zijn. Herinneringseducatie, als woord, dekt echter niet de lading. Het begrip vredesopvoeding doet dit wel. Unesco beschouwt opvoeden tot een vredescultuur als de integratie van vrede, mensenrechten en democratie vanuit een perspectief op duurzame ontwikkeling. In een recent onderzoek bij Vlaamse leerkrachten door de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel in opdracht van het Vlaams Vredesinstituut wordt vredesopvoeding ook gedefinieerd als bijbrengen van geweldloosheid, verdraagzaamheid en democratische attitudes. De noemer vredesopvoeding maakt duidelijk waar het om te doen is en laat er geen twijfel over bestaan waarom zo'n eindterm vakoverschrijdend zou zijn. Dit betekent niet dat herinneringseducatie onbruikbaar zou zijn. Een geschiedenisleerkracht is er bij uitstek voor opgeleid om het gevoelige fenomeen 'herinnering' te gebruiken, onder meer in het kader van vredesopvoeding. Maar in een vakoverschrijdend verhaal zijn er heus wel andere middelen die hiervoor kunnen worden ingezet.

Als slotsom blijkt dat de eindterm herinneringseducatie drie niet genoemde doelstellingen probeert te combineren en ze daardoor juist verborgen houdt: de intrinsieke waarde van herdenking van de Holocaust of van andere historische gebeurtenissen die niet vergeten mogen worden (herinnering als doel op zich), het belang van een historische benadering en van geschiedenis (herinnering als middel), en een vakoverschrijdende prioriteit voor vredesopvoeding (als doel). Het gebruik van het overladen koepelbegrip 'herinneringseducatie' dreigt drie verschillende invullingen te verstrikken en te verstikken, die elk afzonderlijk zowel politieke ondersteuning als hun plaats in het onderwijs meer dan verdienen.

Geert Castryck, onderzoeker Vlaams Vredesinstituut