Oorlogsherdenking na het verdwijnen van de levende herinnering

In Australië is gisteren Claude Choules overleden. Choules was de laatste gekende veteraan van de Eerste Wereldoorlog. Na te hebben gelogen over zijn leeftijd, begon hij zijn militaire loopbaan op 15-jarige leeftijd bij de Britse marine. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Choules bij de Australische marine. In zijn latere leven liet Claude Choules zich opmerken als pacifist. Zo weigerde hij in 2009 deel te nemen aan de plechtigheden op wapenstilstandsdag omdat hij zich kantte tegen de glorificatie van de oorlog. Hij zei oorlog te haten en benadrukte dat hij zijn Duitse tegenstanders nooit had kunnen beschouwen als de "monsters" zoals hem dat door de oorlogspropaganda werd ingeprent.

Keerpunt

Het overlijden van Claude Choules is een mijlpaal, met een belangrijke betekenis voor hedendaagse oorlogsherdenking. Met het verdwijnen van de laatste veteraan van de Groote Oorlog verdwijnt nu ook de levende herinnering aan de oorlog. Dat brengt de herdenking van de Eerste Wereldoorlog op een keerpunt dat ons dwingt na te denken over de manier waarop we de oorlog, als samenleving, willen blijven herinneren en herdenken. Om relevant en betekenisvol te blijven zal de herdenking van de Eerste Wereldoorlog niet kunnen ontsnappen aan de noodzaak om, steeds opnieuw, een nieuw, jong en divers publiek aan te spreken en te blijven inspelen op de noden van de hedendaagse samenleving. Dit besef is overigens de laatste jaren bij de talrijke overheden en organisatoren die betrokken zijn bij herdenkingsactiviteiten gegroeid. Er werden de afgelopen jaren populaire initiatieven genomen die loskomen van de formele rituelen die decennialang het publieke aangezicht van herdenkingen hebben bepaald. Er werden nieuwe musea gebouwd, concerten georganiseerd, fiets- en wandelroutes ingericht die het oorlogserfgoed toeristisch ontsluiten. Zo werd aansluiting gezocht en gevonden bij de groeiende maatschappelijke interesse in het eigen verleden en erfgoed, in geschiedenistoerisme en in herinnerings- en vredesopvoeding. Niettemin blijft de nood aan verdere reflectie over de relevantie van deze en andere herdenkingspraktijken groot, zeker in het licht van de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014-2018. Een voorbeeld om dit te verduidelijken.

Vredesboodschap

In Vlaanderen wordt de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, bijna intuïtief, aan een pacifistische boodschap gekoppeld. Het herdenken van de Eerste Wereldoorlog biedt in dat opzicht een uitgelezen motivatie om jonge generaties te blijven vertellen over de waarde van vrede. Als we traditionele herdenkingspraktijken echter van dichtbij bekijken, blijkt dit niet altijd even vanzelfsprekend. Oorlogsherdenkingen werden historisch gezien immers ingezet voor een grote diversiteit aan motieven en redenen zoals natieconstructie, het herstel van de maatschappelijke orde, en soms zelfs de bestendiging van (internationaal)politieke breuklijnen en conflicten. Traditionele oorlogserfgoed-sites die we via eigentijdse toeristische routes bezoeken, dragen dan ook zelden een eenduidige boodschap van vrede en verzoening uit. Militaire symbolen eisen er vaak een hoofdrol op en patriottische vormentaal die de overwinning van het ene volk op het andere viert is legio. Herdenking omvat natuurlijk veel meer dan sites, maar het maakt wel duidelijk dat organisatoren van herdenkingsactiviteiten die een coherente en inclusieve vredesboodschap willen overdragen, er zich best van bewust zijn dat herdenkingsplechtigheden en herinneringsplaatsen verschillende soorten boodschappen kunnen over¬dragen en dat daartussen spanningen kunnen ontstaan.

Kansen in het verschiet

Op verschillende niveaus worden momenteel allerhande activiteiten, projecten en investeringen gepland in de aanloop van 2014-2018. Diepere reflectie over dit soort thema's is daarbij nodig. Hedendaagse oorlogsherdenking mag dan veel vragen oproepen, het vormt nog steeds een relevant en veelbelovend maatschappelijk fenomeen, met name als inspiratie om de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog in het licht van vrede en verzoening te plaatsen. Het overlijden van Claude Choules, de laatste veteraan van de oorlog die een einde zou maken aan alle oorlogen, moet dan ook aanzetten tot het verder her-denken van oorlogsherdenking. Overheden en organisatoren moeten samen een narratief ontwikkelen over oorlogsherinnering. De omstandigheden zijn er naar: de maatschappelijke interesse in geschiedenis is groot, het herinneringstoerisme wordt steeds populairder, en de 100-jarige her¬denking van de Eerste Wereldoorlog ligt in het verschiet. Honderd jaar na het einde van de Groote Oorlog zullen burgers over de hele wereld bestookt worden met de beelden van herdenkingen: een enorme kans om de geschiedenis open te trekken en mensen samen te brengen.

Maarten van Alstein