In België zou wapensmokkelaar Victor Bout nooit veroordeeld zijn

In de Verenigde Staten werd Victor Bout zonet veroordeeld tot 25 jaar cel. Bout is een van de meest beruchte wapensmokkelaars van de voorbije decennia. Een resem schimmige wapendeals, van de Balkan tot Angola, wordt aan hem toegeschreven. In de jaren '90 zou Bout ook gebruik maken van Oostende als 'hub' voor zijn transacties. Hij is in ons land echter nooit veroordeeld, en door een lacune in de Belgische controle op wapenhandel, zou zijn wapensmokkel vandaag zelfs niet op de radar verschijnen.

Tussenhandel is een te controleren schakel in internationale wapenhandel

Victor Bout, die model stond voor Nicolas Cage in de film 'Lord of War', is het prototype van een tussenhandelaar in wapens, ook wel een broker genoemd. Tussenhandel of brokering vormt een aparte categorie van internationale wapenhandel. Tussenhandelaars bemiddelen en regelen transacties tussen producenten, kopers of verkopers. Zij brengen klanten en leveranciers met elkaar in contact, onderhandelen deals, regelen transport, enz. Een tussenhandelaar opereert van op afstand en heeft de wapens doorgaans niet zelf in bezit.

In de jaren '90 kwam de rol van malafide tussenhandelaars bij wapensmokkel en de schending van wapenembargo's meer en meer aan het licht. Daarom hebben onder meer de Verenigde Naties regels opgesteld voor tussenhandel in wapens. Doel van die regels is dat elke individuele activiteit van tussenhandelaars gecontroleerd wordt: bijvoorbeeld elk transportvliegtuig dat wordt gezocht, elke deal die wordt geregeld, enz.

De Belgische wetgeving voor controle op tussenhandel in wapens mist doel

België heeft sinds 2003 wetgeving voor de controle op tussenhandel in wapens. Concreet kreeg de controle op tussenhandel vorm door in 2003 aan de Belgische wet van 1991 over de in-, uit- en doorvoer van wapens een deel toe te voegen "ter bestrijding van de illegale wapenhandel". Dat nieuwe deel van de wet legt de verplichting op om een vergunning aan te vragen bij de FOD Justitie om als tussenpersoon te mogen optreden.

De Belgische wetgeving legt dan wel regels op om de betrouwbaarheid van tussenpersonen te beoordelen, hun specifieke activiteiten worden niet gecontroleerd. Eens een tussenhandelaar zijn vergunning op zak zou hebben, kijkt niemand nog toe op welk deals hij sluit, met wie, voor welke wapens, met welke bestemming, enz. Met dit gebrekkige controlestelsel voldoet België niet aan de internationale afspraken.

Bovendien mist het bestaande Belgische stelsel in de praktijk zijn doel: in de recente hoorzittingen over een nieuw Vlaams wapenhandeld! ecreet bevestigde de bevoegde federale dienst dat nog nooit een tussenpersoon de wettelijke procedure heeft doorlopen. Dat in ons land geen enkele tussenpersoon meer actief zou zijn sinds 2003, is echter onwaarschijnlijk.

Naast de lacune in de regelgeving, heerst ook onduidelijkheid over wie bevoegd is voor de problematiek: in 2003 werd wapenhandel in België geregionaliseerd, maar of dit inclusief de bevoegdheid voor controle op tussenhandel is, staat ter discussie.

"De bevoegdheidsdiscussie dient uitgeklaard. Vervolgens is het belangrijk dat de lacune in de wetgeving wordt gedicht. Het Belgische beleid inzake controle op tussenhandel is op dit moment vooral symbolisch: om aan internationale afspraken te voldoen, heeft onze wetgeving een belangrijke update nodig", besluit Tomas Baum, directeur van het Vredesinstituut. In de teksten voor een nieuw Vlaams wapenhandeldecreet die de Vlaamse Regering heeft ingediend in het Vlaams Parlement, wordt de kwestie alvast niet geregeld.