Impact nieuw Vlaams Wapenhandeldecreet is groot - Jaarrapport

Het Vlaams Vredesinstituut stelde op 9 december 2014 zijn jaarrapport over de Vlaamse wapenhandel voor in de Commissie Buitenlands Beleid van het Vlaams Parlement. In het jaarrapport heeft het Vredesinstituut de cijfers inzake de Vlaamse buitenlandse handel in wapens en militair materieel in 2013 geanalyseerd. 2013 was het eerste volledige jaar dat het nieuwe Vlaams Wapenhandeldecreet werd toegepast. Het jaarrapport geeft dan ook voor het eerst een zicht op de grote impact van dat nieuwe decreet met drie belangrijke conclusies:

  1. ongeveer de helft van de voorheen gecontroleerde wapenexport wordt niet langer gecontroleerd en is dus ook niet zichtbaar
  2. een volledig zicht op transacties naar andere EU-landen – voorheen goed voor 30% van de gecontroleerde export – ontbreekt momenteel
  3. enkel de wapenexport naar landen buiten de EU (20%) wordt nog steeds altijd vooraf gecontroleerd;  daarbij is in de helft van de gevallen echter niet duidelijk wie de uiteindelijke eindgebruiker is

De helft van de voorheen gecontroleerde export niet langer gecontroleerd

Al sinds de regionalisering van de bevoegdheid voor wapenhandel in 2003 bestond de Vlaamse vergunde wapenexport voor een groot stuk uit de export van producten die onder de zogenoemde ‘catch-all clausule’ vallen. Die clausule heeft betrekking op de export van producten die niet op de Europese lijst van te controleren militaire producten staan, maar wel onder vergunning valt wegens een militair eindgebruik. Traditioneel ging het daarbij vooral om beeldschermen, maar ook bijvoorbeeld om producten voor militaire luchthavens of bepaalde elektronica of software. De praktijk om dergelijke export te controleren was dermate ingeburgerd dat er in de rapportage aan het parlement zelfs specifieke productcategorieën bestonden om ze in onder te brengen.

 Op basis van Europese regelgeving werd vastgelegd dat voor transacties binnen de EU geen catch-all clausule meer mag worden ingeroepen. In het nieuwe Wapenhandeldecreet werd wel een catch-all clausule opgenomen voor export buiten de EU, maar werd de definitie  aangepast en vernauwd. Uit de cijfers blijkt dat in 2013 geen enkele vergunning werd uitgereikt op basis van de nieuwe catch-all bepaling. De controle én het zicht op de export van producten die vroeger gemiddeld 50% van de Vlaamse wapenexport uitmaakte, is met de toepassing van het nieuwe Wapenhandeldecreet grotendeels verdwenen.

Een volledig zicht op transacties binnen de EU ontbreekt

Export van wapens en militair materieel die wél op de Europese lijst van te controleren goederen staan naar andere EU-landen, is in Vlaanderen jaarlijks goed voor ongeveer 30% van de totale wapenexport. Op basis van nieuwe Europese regelgeving werd in het nieuwe Wapenhandeldecreet in de mogelijkheid voorzien om die transacties binnen de EU verregaand te liberaliseren. Er werden ‘algemene vergunningen’ in het leven geroepen die exporteurs toelaten om te exporteren naar gecertificeerde klanten zonder voorafgaand een procedure te moeten doorlopen. Enkel achteraf moet over de gedane transacties worden gerapporteerd. Cruciaal daarbij is voor welke producten deze ‘algemene vergunningen’ gelden.

De Vlaamse Regering heeft via een uitvoeringsbesluit veel transacties van een breed gamma aan militaire producten onder algemene vergunning geplaatst. De enige uitzondering betreft de overbrenging van militair materieel naar niet-gecertificeerde buitenlandse klanten en van ‘gevoelige goederen’ naar gecertificeerde bedrijven. Voor deze transacties kan geen algemene vergunning worden gebruikt en moet op voorhand nog een individuele of globale vergunning worden aangevraagd.

Onder meer door het brede gebruik van algemene vergunningen zal controle op transacties van Vlaams militair materieel binnen de EU in de toekomst wellicht vooral achteraf plaats vinden. Ook het zicht en de parlementaire controle op die transacties zal pas (lang) na de feiten kunnen, afhankelijk van de rapportage door de bedrijven en de overheid. Voor 2013 is niet duidelijk in welke mate reeds gebruik werd gemaakt van de nieuwe algemene vergunningen. Op dit moment heeft het Vredesinstituut noch het parlement dus een volledig zicht op de Vlaamse transacties van militair materieel binnen de EU.

Enkel export buiten de EU vooraf vergund, met de helft ongekend eindgebruik

Enkel voor alle Vlaamse export van wapens en militair materieel die op de EU-lijst staan naar landen buiten de EU, wordt nog voorafgaand aan de export een vergunning uitgereikt waarover door de overheid gerapporteerd wordt. Vóór de toepassing van het nieuwe Wapenhandeldecreet stond deze export  in voor ongeveer 20% van de totale Vlaamse vergunde wapenexport. Door het gebrek aan informatie over de andere handelsstromen van Vlaamse militaire producten, kan het Vredesinstituut enkel voor deze transacties momenteel een gegronde en volledige analyse leveren.

Die analyse leert dat de vergunde wapenexport naar landen buiten de EU in 2013 €36,4 miljoen bedroeg. Het gaat onder meer over militaire elektronica, onderdelen van militaire voertuigen, beeldcamera’s, vliegtuigonderdelen en vuurgeleidingssystemen. Deze export is vooral bestemd voor de defensie-industrie van de VS, maar ook die van landen zoals Indonesië, Turkije en Israël. De vergelijking van deze handelsstromen met voorgaande jaren toont een stijging in waarde met 65% t.o.v. 2012 en meer dan een verdubbeling t.o.v. 2011. Traditioneel schommelt de waarde van dit deel van de wapenexport zeer sterk.

De achilleshiel van de controle op de Vlaamse wapenexport is het ongekende daadwerkelijk eindgebruik van de geëxporteerde producten. Gezien Vlaanderen vooral hoogtechnologische componenten voor wapensystemen exporteert naar de buitenlandse defensie-industrie, wordt de eigenlijke eindgebruiker vaak niet vermeld. Voor meer dan de helft (54%) van de Vlaamse extra-EU export van militair materieel in 2013 was de uiteindelijke eindgebruiker niet gekend op het moment dat de export werd toegestaan.

Nood aan evaluatie Wapenhandeldecreet en meer transparantie

Het Vlaams Vredesinstituut concludeert op basis van zijn jaarrapport dat de impact van de toepassing van het Vlaams Wapenhandeldecreet groot is. “We steken toch de oranje knipperlichten aan. De grote verschuivingen in de controle op - en zichtbaarheid van - de Vlaamse handel in militaire goederen maakt dat een grondige evaluatie van het Wapenhandeldecreet en vooral van de toepassing ervan noodzakelijk is”, zegt Tomas Baum, directeur van het Vredesinstituut. “Het is belangrijk dat het debat hierover ook in het Vlaams Parlement wordt gevoerd.

De presentatie van zijn jaarrapport in de Commissie Buitenlands Beleid is daarbij een eerste stap, maar het Vredesinstituut dringt ook aan op meer transparantie van de Vlaamse overheid. “Vlaanderen heeft een goede traditie inzake transparantie over het wapenexportbeleid. Gezien de nieuwe wetgeving zijn echter bijkomende inspanningen nodig om het parlement zijn controlerende taak te laten uitvoeren: bijvoorbeeld snellere informatie bij gevoelige vergunningsdossiers en gedetailleerde rapportering over het gebruik van de toegestane vergunningen.”

 ***

Lees het volledige rapport via deze link