Vlaams wapenhandeldecreet goedgekeurd

Vandaag (22/05) werd in de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden en Internationale Samenwerking van het Vlaams Parlement het wapenhandeldecreet goedgekeurd. Dit decreet bepaalt de regels voor de Vlaamse export, invoer en doorvoer van wapens en militair materieel. Het decreet zet onder meer een Europese richtlijn over de liberalisering van de defensiemarkt om. Sinds de regionalisering van de bevoegdheid in 2003 zijn de gewesten in ons land bevoegd voor buitenlandse wapenhandel. Tot nu toe voerde Vlaanderen beleid op basis van de 'oude' federale wet van 1991, maar nu ligt er een eigen Vlaams wapenhandeldecreet.

Versoepeling voor wapenhandel binnen de EU

Vooral voor wapenhandel binnen de EU betekent het nieuwe wapenhandeldecreet een ommezwaai. Vlaanderen moet in zijn decreet immers een Europese Richtlijn omzetten die de handel in militair materieel binnen de EU grotendeels liberaliseert. Daardoor wordt het voor de Vlaamse defensiegerelateerde industrie een stuk eenvoudiger om militaire producten uit te voeren naar een andere EU-lidstaat. Het huidige systeem van individuele vergunningen (1 transactie = 1 vergunning) wordt vervangen door een systeem van algemene en globale vergunningen. Concreet betekent dit dat voor handel in bepaald militair materieel ofwel geen vergunning moet gevraagd worden, ofwel één keer voor verschillende potentiële transacties. Bedrijven moeten in een register hun handel in militair materieel wel bijhouden. Bij dat versoepeld systeem verschuift de controle op wapenhandel van een vergunningsprocedure voor de transactie, naar een controle achteraf. Voldoende zicht houden op deze handelsstromen in militair materieel wordt voor de Vlaamse overheid en het Vlaams Parlement een belangrijke uitdaging.

Criteria voor wapenexport

Voor wapenhandel buiten de EU blijven individuele vergunningen de norm. Voor de beoordeling van vergunningsvragen zijn 8 gemeenschappelijke Europese criteria ingeschreven in het decreet, zoals respect voor mensenrechten, interne spanningen en regionale stabiliteit. Daarnaast stelt het decreet 3 extra criteria voorop: de belangen van Vlaanderen en België, de houding t.o.v. de doodstraf en het inzetten van kindsoldaten. De criteria voor wapenexport moeten afgewogen worden bij elke vergunningsaanvraag, met het eindgebruik van het militair materieel voor ogen. Het kennen van het eindgebruik van Vlaams militair materieel is echter een pijnpunt, gezien Vlaanderen vaak hoogtechnologische componenten uitvoert die door de buitenlandse industrie in grotere wapensystemen worden geïntegreerd. Indien de overheid dat wil, geeft het nieuwe decreet alvast een pak mogelijkheden om het eindgebruik van Vlaams militair materieel toch zo goed mogelijk op te volgen.

In praktijk brengen van decreet wordt toetssteen

Het Vlaams Vredesinstituut is over het algemeen tevreden over het goedgekeurde wapenhandeldecreet: het bevat de elementen om tot een evenwicht te komen tussen economische, ethische en veiligheidsbelangen. "De adviezen die het Vredesinstituut over dit decreet uitbracht werden in grote lijnen gevolgd", zegt Tomas Baum, directeur van het Vredesinstituut, "veel zal nu echter afhangen van de manier waarop het decreet in de praktijk wordt toegepast. Indien bijvoorbeeld de mogelijkheden voor controle op eindgebruik en verhoogde transparantie naar het Parlement toe niet worden benut, kan dit decreet alsnog een lege doos blijken". Het Vredesinstituut vraagt daarom dat de Vlaamse Regering in de nabije toekomst duidelijk verslag uitbrengt aan het Vlaams Parlement over de manier waarop ze dit decreet in de praktijk brengt.

Klik hier voor de adviezen van het Vredesinstituut bij het voorstel en ontwerp wapenhandeldecreet.

Klik hier voor meer informatie over het onderzoeksprogramma 'Wapenhandel en -productie'.