Nood aan betere controle op de handel in nucleaire producten vanuit Vlaanderen

Kernwapens staan hoog op de veiligheidsagenda. De controle op de handel in nucleaire producten is essentieel. Daarom voerde het Vlaams Vredesinstituut een onderzoek naar de controle op de internationale handel in nucleaire producten in Vlaanderen. Het instituut adviseert de Vlaamse overheid werk te maken van goede afspraken met de FOD Energie en de Douane, en de publieke rapportage over de uitvoer van nucleaire producten uit te breiden.  Het Vredesinstituut hamert erop dat de nieuwe regering dringend werk maakt van goede afspraken. Het onderzoek en het advies worden dinsdagnamiddag toegelicht en besproken in de commissie Buitenlands Beleid van het Vlaams Parlement.

De voorbije jaren nam het Vlaams Parlement twee keer met grote meerderheid een resolutie aan voor een kernwapenvrij Vlaanderen en een kernwapenvrije wereld. Op vraag van de voorzitter van het Vlaams Parlement onderzocht het Vlaams Vredesinstituut hoe de Vlaamse overheid deze oproep opvolgde. Het Vredesinstituut richtte zich met name op de vraag hoe Vlaanderen de controle op de export van nucleaire producten vormgeeft. “De bevoegdheid over de controle op de buitenlandse handel in nucleaire producten is immers cruciaal”, benadrukt directeur Tine Destrooper. “Er moet een garantie zijn dat deze dual use producten louter voor civiele doeleinden gebruikt worden om te voorkomen dat ze gebruikt worden voor de ontwikkeling van kernwapens.”
 
Historisch gezien kent het Vlaams Gewest een belangrijke nucleaire industrie. De kernuitstap en internationale concurrentie leidden tot de geleidelijke afbouw van deze industrie. “Terwijl tussen 2007 en 2015 de jaarlijkse uitvoer van nucleaire producten vanuit Vlaanderen nog tussen de 50 en 130 miljoen euro schommelde, is dit de laatste jaren afgenomen tot nog maar enkele miljoenen euro per jaar”, aldus onderzoeker Diederik Cops.
 
“Over het algemeen ervaren de betrokkenen de Vlaamse controlepraktijk als positief”, stelt directeur Tine Destrooper. “Dat neemt niet weg dat deze controles efficiënter en effectiever kunnen verlopen.” De samenwerking en informatie-uitwisseling met de relevante federale overheidsdiensten zijn de voornaamste aandachtspunten. Zo gebeurt er in de behandeling van vergunningsaanvragen op dit moment voor bepaalde aspecten  dubbel werk  door de gewestelijke dienst Controle Strategische Goederen en de federale Commissie van Advies voor de niet-verspreiding van kernwapens (CANVEK). Ook is er weinig afstemming tussen de gewesten en de Douanediensten. Dit is nochtans noodzakelijk om tot een sluitend controle- en handhavingssysteem te komen. De illegale uitvoer van isopropanol-casus vanuit Vlaanderen naar Syrië heeft de nood en de wil tot afstemming in de praktijk verhoogd. Bij gebrek aan een formeel samenwerkingsakkoord dreigt dit echter afhankelijk te blijven van de goodwill van de betrokken personen.
 
Daarnaast adviseert het Vredesinstituut dat de Vlaamse regering haar rapportagepraktijk kritisch bekijkt en uitbreidt. “Een goede rapportage is niet enkel nodig voor goede beleidsvorming”, benadrukt Tine Destrooper, “maar die stelt het Vlaams Parlement  ook in staat het beleid van de regering te controleren. Zonder goede gegevens is deze controle niet mogelijk.” Zo is het momenteel bijvoorbeeld niet mogelijk te beoordelen voor wie de Vlaamse nucleaire producten bestemd zijn. Bovendien blijven heel wat transacties nog onder de radar van het Vlaams Parlement.

Lees het rapport hier.