Toegenomen populariteit van de schietsport in Vlaanderen gaat gepaard met veiligheidsrisico’s

Sportief en recreatief schieten is de belangrijkste wettige reden voor wapenbezit in Vlaanderen. Opmerkelijk is dat in de periode na terroristische aanslagen de interesse in het sportief en recreatief schieten sterk toeneemt. Dit doet vermoeden dat deze wettige reden door sommigen wordt misbruikt om vuurwapens te verwerven om zich veiliger te voelen, in plaats van om de schietsport te beoefenen. Dat blijkt uit het onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut dat werd voorgesteld in de Commissie Sport van het Vlaams Parlement op 8 november 2018.

Cijfers van het Centraal Wapenregister tonen aan dat het wapenbezit in Vlaanderen steeg tot 304.000 vuurwapens, waarvan 107.000 à 146.000 geregistreerde vuurwapens in handen zijn van de tienduizenden Vlaamse beoefenaars van de schietsport. Dit wapenbezit is mogelijk door de wettige reden van ‘het sportief en recreatief schieten’. Het ‘sportief schieten’ wordt specifiek gereguleerd door het Vlaams Sportschuttersdecreet van 2007, terwijl het ‘recreatief schieten’ wordt gereguleerd door de Federale Wapenwet van 2006. Op vraag van de Voorzitter van het Vlaams Parlement heeft het Vlaams Vredesinstituut de regulering van de schietsport geëvalueerd en mogelijke veiligheidsrisico’s geïdentificeerd.

Uit het onderzoek van het Vredesinstituut blijkt dat het stelsel van sportief schieten vrij goed werkt, maar het Vredesinstituut dringt erop aan verschillende elementen in het Vlaams Sportschuttersdecreet aan te passen om zo bestaande veiligheidsrisico’s te beperken. Zo is tijdens de aanvraag voor een sportschutterslicentie, waarmee vuurwapens kunnen worden aangeschaft, momenteel geen proactief advies van de lokale politie vereist en kunnen huisgenoten zich niet verzetten tegen het toekennen van deze licentie. Ook blijkt dat personen wiens licentie ingetrokken wordt, bijvoorbeeld omwille van redenen van openbare orde, deze vaak niet terugsturen en er dus nog steeds vuurwapens mee kunnen verwerven. Verder dringt het Vredesinstituut aan op het ontwikkelen van een gezamenlijke zelfreguleringsnota door de gemachtigde schietsportfederaties: “De schietsportfederaties moeten dringend een gezamenlijke zelfreguleringsnota ontwikkelen om zo het risico op ‘shopping’ te beperken, waarbij clubs zich aansluiten bij een federatie met minder strikte veiligheidsvereisten” stelt Tine Destrooper, directeur van het Vlaams Vredesinstituut.

Enkel het stelsel van het ‘sportief schieten’ aanpassen, houdt echter het risico in dat schutters overstappen naar het stelsel van ‘recreatief schieten’. Dit stelsel wordt vaak beschouwd als een makkelijke manier om wapens te verkrijgen. Dit is zo omdat recreatieve schutters zich niet hoeven te onderwerpen aan de regels van het Vlaams Sportschuttersdecreet, jaarlijks minder schietbeurten moeten realiseren dan sportschutters en minder vaak gecontroleerd worden. Bovendien, door personeelstekorten en capaciteitsproblemen liggen de vijfjaarlijkse controles op de naleving van de voorwaarden voor wapenvergunningen voor het recreatief schieten in sommige provincies momenteel zo goed als stil. Het Vlaams Vredesinstituut pleit er daarom voor om te investeren in de goede werking van de betrokken overheidsadministraties en om de stelsels van het sportief en recreatief schieten zoveel mogelijk te harmoniseren. “Door de aparte stelsels van het sportief en recreatief schieten wordt de beweegruimte voor Vlaanderen om een aantal van de vastgestelde veiligheidsrisico’s aan te pakken beperkt, aangezien men steeds en makkelijk kan overstappen van het Vlaams stelsel van sportief schieten naar het federaal stelsel van het recreatief schieten” besluit Tine Destrooper.

Meer info en contact
Nils Duquet
Senior onderzoeker Vlaams Vredesinstituut
nils.duquet@vlaamsparlement.be
0494218583